Mijn IJslandse paarden leventje

Slæpingi frá Orsakari, IJslander, IJslanderstal, IJslandspaard, IJsland, Appelscha, Haule, Brigitte, Stoker Huitema, paard, pony, paarden, tölt, tolt, telgang, paddock paradise, paddock pardijs, ovaalbaan, wedstrijd, kyndarastodum, kydarastadir,

Op de basisschool was ik altijd al lid van de Penny, ik keek er altijd naar uit en las ondanks dat ik zeer slecht in lezen was, altijd de penny in een keer uit. En wat altijd super leuk was, je kreeg er van die leuke cadeautjes bij. Op een gegeven moment gingen klasgenoten van mij op zoek naar een verzorg paard. Spannend, ik wou graag mee. We kwamen uit bij een schimmel ver buiten het dorp. De eigenaren hadden een aantal paarden en die mochten we wel verzorgen en er wat op rijden, mits we wat klusjes deden. Ik had nog nooit, zover ik wist, echt op een paard gereden en was er doodsbang voor, maar tegelijkertijd vond ik het geweldig. We gingen er meerdere keren per week heen, eerst leerde ik borstelen, deken schoonmaken, stal uitmesten en mocht ik een keertje op het paard. Later zelfs alleen, wel stappend dan. Hij heette Twister en ik had een boekje van de Penny waar ik alles in bij hield wat ik geleerd had en deed. 

Tot op een gegeven moment mijn moeder vertelde dat er een meneer bij ons in de winkel, (mijn ouders hadden een kachelzaak in Noorse en Finse Speksteenkachels) die kwam voor wat aansluit materiaal en mijn moeder zag achter op hun rood grijze Jeep staan IJSLANDSEPAARDEN.NL en mijn moeder vroeg wat voor paarden dat waren. Na een korte uitleg gingen we (Mijn moeder, broertje en ik) niet veel later kijken op de IJslandse paarden manege in Langedijke. Wat spannend, groot en wat veel paarden. Er werd verteld dat IJslanders in kudde verband leven en niet perse op stal staan. Dat de hengsten en rijpaarden wel af en toe op stal staan. We keken bij een les en mijn moeder vroeg aan ons of wij ook wilden gaan lessen. Dat leek ons wel wat.

Elke week keek ik uit naar dinsdag 16.00, de paardrijles. We hadden een groepje van ongeveer 6 mensen. Frigg, Minning, Donna, Stjarna, Slæpingi, Máttur, Brynja en Æra waren onze les paarden waar we over het algemeen op reden. We begonnen met lessen in de binnenbak, dat kwam ook doordat we begonnen met lessen in de herfst. Bij de binnenbak was een kantine, het was daar altijd lekker warm, je moest een trapje op om binnen te komen, de houten vloer kraakte altijd en had een echte kantine geur, de geur van dieren en warmte. Er hingen geweien aan de muur en achter in de kantine was een klein winkeltje. We leerden veel in de lessen, opzadelen, borstelen, sturen, tölten, versnellen, slalommen, zonder zadel (wat was ik bang!) rijden.

 

Ik weet nog wel dat ik op Frigg reed dat was een bonte merrie, Frigg ging rechts af en ik reed rechtdoor. Boem.. Haha.. Na een aantal maanden en mooie dagen was het tijd voor de buitenbak. Wat was hij groot, ik was vreselijk zenuwachtig! In mocht op Slæpingi, dat was inmiddels mijn maatje aan het worden. Eenmaal in de buitenbak vond ik het hartstikke leuk. Een paar weken later viel er een meisje uit onze les van Brynja af, zij reed al jaren paard, maar wou niet meer op Brynja, toen zei Jan Sander, Brigitte wil jij op Brynja. Jahoor.. En dat deed ik vol trots. Brynja was een druk, groot voorwaarts paard en ik een meisje van 35 kilo.. De volgende stap was les op de ovaalbaan en tölten over de houten planken midden in de ovaalbaan. En tot slot mochten we op buitenrit!

 

Op een dag zei mijn moeder, zouden jullie het ook leuk vinden om een eigen paard te hebben. Nou geloof me ik heb feest gevierd! Mijn eigen paard, wat een droom, ik kreeg een eigen paard en mijn broertje ook! Mijn ouders samen met mijn Pake en Beppe (Opa en Oma in het Fries) zouden voor ons twee IJslanders kopen. Met het idee dat ze eerst op de manege bleven staan en mee bleven rijden in de lessen, dan konden we er zelf ook op rijden. Gerrit Haas had voor mij Mundilfari uitgezocht en voor mijn broertje Máttur. Mijn broertje en Máttur waren grote maatjes. Dat zat direct goed, hij reed ook al veel op hem in de les. Ik heb toen meerdere keren op Mudilfari gereden, maar vertelde huilend dat ik geen Mudilfari wou, welk paard wil je dan zei mijn moeder. Ik nam ze mee achter de manage, op een betonnen pad stond hij, de isabel ruin Slæpingi die wou ik. Weet je het zeker? Ja.

Een kleine tijd later was ik officieel eigenaar van Slæpingi. Hij was niet van Gerrit zelf maar van een mevrouw die zelf niet meer kon rijden door ziekte. Wat was ik blij. Ik had mijn eigen paard en wat een prachtige kleur. Slæpingi was een zeer sensibel paard, overal bang voor of nouja zo deed hij. Toen werd ik ziek, heel erg ziek. Ik kon niet meer eten, was alleen maar moe. Dokter, ziekenhuis, dokter enzo. Ze dachten eerst dat ik leukemie had of anorexia. Maar later bleek dat ik een erge vorm van de ziekte van Pheiffer had. Ik kon niet meer hele dagen naar school en sliep heel veel, moest stoppen met zwemmen en judo. Maar paardrijden wou ik niet opgeven, ik werd blij van Slæpingi en dat zagen mijn ouders ook. Mijn moeder is toen ook begonnen met lessen op de paarden. Op een gegeven moment mocht ik van mijn moeder mee op woensdag morgen met de buitenrit, daar waren alleen maar volwassenen bij. Wat was ik trots, ik reed mee met de volwassenen. De volgende keer ging mijn moeder ook mee op Máttur, ze had nog maar twee lessen gehad maar Máttur was een rustig paard dus dat kon wel. We reden lekker in het bos toen zei Jan Sander, bij de bocht gaan we aangalopperen. Mijn moeder deed haar beugels een gaatje korter op dat moment en Máttur dacht galopperen? En Boem, daar lag ze. Mijn moeder is toen opgehaald met de auto en Jan Sander is met Máttur en zijn paard naar huis gereden. Wij zijn onder begeleiding van een oudere man op Þenggil naar huis gereden. Alles is goed af gelopen met mijn moeder hoor, was bont en blauw. Een paar weken 

later waren we op de woensdagmorgen met zijn vieren op buitenrit. Jan Sander en de meneer op Þenggil zeiden, we kunnen wel een stukje telgangen, mijn moeder had haar hart in haar keel zitten en galoppeerde er achteraan (vierganger). En daar gingen we, voor het eerst echt getelgangt met mijn Slæpingi. Wat een ervaring, trots vertelde ik dat de volgende keer in de les aan iedereen.

 

Op een gegeven moment mochten we op pony kamp, bij Marieke Weber op Stoeterij Fitjar. We zijn eerst een keertje gaan kijken, toen heeft Maaike ons een rondleiding gegeven. Prachtig was het daar, een longeer cirkel en een met balken erin. Een kleine binnenbak, schuilstallen met een uitloopje eraan, de ovaalbaan. Ik heb mijn ogen uitgekeken en al die mooie paarden en veulens. We mochten zelfs twee keer een week in de zomervakantie daar heen. Niet veel later gingen Slæpingi en Máttur door een meningsverschil naar mijn Pake, ze gingen weg van de manage. Familie Aal die we hadden leren kennen, hebben de paarden daar heen gebracht want wij hadden nog geen trailer. Ik ben er niet bij geweest, maar het was zo apart dat de paarden ineens bij mijn Pake stonden. De paarden kwamen tot rust en zoals zoveel manage paarden dan krijgen ze een echte eigen wil. Ons uitproberen, bokken, steigeren, hard gaan. Op advies van Maaike gingen we met bepaalde dingen bezig. Wat vrij snel resulteerde tot weer echt vriendjes zijn met onze ineens hele andere paarden. 

Het moment was daar, ik was nog steeds ziek maar ik mocht op ponykamp. Slæpingi kon niet meer tolten dus daar gingen we mee bezig in de lessen van Marieke. Maar ook deden we pushballen, stoelendans met de paarden, leren longeren, kunstjes op de paarden, buitenritten en een cross. Aan het pushballen had ik niet mee gedaan en aan de cross ook niet, ik vond het dood eng en meneer Slæpingi deed ook alsof hij dat vond dus dat was geen succes. Ik weet nog wel dat we bij de kibbekoele in de buurt aan het rijden waren aan het eind van de dag omdat het zo warm was en we kwamen een ree tegen. Iedereen leuk en aah wat lief, wat lief? Wat lief? Slæpingi vond het helemaal niet lief en ging het liefst er vandoor. We hebben ook meerdere keren gezwommen, hadden een bonte avond en een dropping. Wat een geweldige week, veel geleerd! Ik vond de schuilstal met hun uitloopje zo leuk! En als kers op de taart we hadden een stukje getolt!

Tölten in de binnenbak
Tölten in de binnenbak
Stoelendans op Fitjar
Stoelendans op Fitjar

Daarna hebben we ons aangesloten bij de Friesewoudtolters in Hemrik bij familie Van Dalen. Daar kregen we eens in de maand les van Marieke en later ook van Inge of Els. Veel geleerd maar ook veel lol gehad in de jeugdlessen. Spelen in het bos, zingen en dansen. Het was elke keer weer een feestje voor mij. Ook hebben we mee gedaan aan een schriktrainingsdag, een dauwtraprit, beenwarmersrit en hebben we les gehad op de ovaalbaan in Exloo. Dat was een soort van oefenwedstrijd.

Beenwarmersrit in Beetsterzwaag..
Beenwarmersrit in Beetsterzwaag..
Op les in Hemrik, die handen zaten wel hoog!
Op les in Hemrik, die handen zaten wel hoog!

Mijn broertje en ik vonden het geweldig de paarden bij Pake maar mama kon nooit met ons samen rijden. Tot ik op een gegeven moment zei Mama, Æra staat te koop. Die kenden we van de lessen. Ze was nog heel erg jong, we zijn gaan kijken en ik heb op haar gereden. Zonder zadel zelfs want die was er niet bij. Æra is een echte natuur tolter. Heerlijk dier, we hebben haar uiteindelijk gekocht en ze is ook naar Pake gegaan. Máttur en Æra zijn half broer en zus. En sindsdien onafscheidelijk. Æra hebben we zelf opnieuw ingereden, voornamelijk ik want het was de bedoeling dat ik op Æra zou en mijn moeder op Slæpingi. In het grote land rijden ging niet, ik viel er constant af omdat ze op de kletter ging, dus we hebben maanden met zijn drieën in de longeercirkel gereden en deden daar allemaal tempo spelletjes. Beetje bij beetje konden we steeds meer met haar maar kwamen erachter dat ik helemaal geen klik had met Æra, ik wou gewoon mijn Slæpingi. Mama heeft ook meerdere keren vliegles van Æra gehad maar op een gegeven moment was het zover, we gingen een klein stukje langs de weg proberen met zijn drieën. En dat ging super, steeds een stukje verder tot dat we hele einden konden rijden. 

Mijn moeder en Æra Frá Fjós Heri..
Mijn moeder en Æra Frá Fjós Heri..
Werken aan de langelijnen met Slæpingi..
Werken aan de langelijnen met Slæpingi..

Ik was een fanatieke longeerder geworden inmiddels, was begonnen met Slæpingi die kon alles op commando, toen met Máttur en Æra gaan oefenen. Uit eindelijk kon ik ze alle drie tegelijk longeren, dat was zo leuk. Ook was ik met alle drie vaak aan de lange lijnen bezig, hele parcoursen legden de paarden af. Het ging ook wel eens mis, ik ben wel eens achter Æra aan gesleurd omdat die aan de kletter ging, een soort van buiksurfen. Ook dat is uiteindelijk toen allemaal goed gekomen. We hadden onze eigen ovaalbaan gemaakt van balken die op de grond lagen. Konden we ook rondjes rijden. 

 

Ik was voor de zoveelste keer het blad landleven aan het doorspitten tot ik een interessante advertentie tegen kwam, dubbel span IJslander merries vos in Brabant. Ik wou al tijden een speedy karretje voor Slæpingi die in de IJP stond, maar dit leek me ook wel wat. Mijn ouders hadden gebeld en niet veel later gingen we te kijken. Twee prachtige voskleurige merries. Bijna even groot, volle zussen. We hebben op ze gereden, geweldig. Later zijn we weer geweest voor een menrit, prachtig twee IJslanders voor de kar en in volle galop door het water. Een aantal weken later konden we ze ophalen, Bára en Beta kwamen bij ons wonen. Toen hadden we er vijf, mijn ouders kregen menles want we moesten alles nog leren. Ik mocht niet mennen want ik was nog te jong. Uiteindelijk is dat eigenlijk niets geworden het mennen, maar we hadden er twee fantastische rijpaarden bij. Beta en ik waren onafscheidelijk, ik reed altijd voorop met haar met de buitenritten. Wat een dame, Bára wou niets in het begin, ging vaak stil staan en wat je ook deed ze stond stil. 

Beta frá Runni Fiume
Beta frá Runni Fiume
Máttur, Bára en Beta aan het eten..
Máttur, Bára en Beta aan het eten..

We gingen Æra, Beta en Bára laten dekken door Þokki en Sigursæli. We gingen met de trailer naar Taarlo, Æra en Beta waren direct drachtig helaas is het bij Bára nooit gelukt, ondanks dat ze er zelfs een maand is geweest.  Er waren dus twee veulens op komst. Mijn pake werd wat minder in zijn conditie en zeven paarden was wel heel veel voor hem, naast zijn eigen paarden. Mijn ouders kochten na een lange zoektocht een krot van een huis in Bovensmilde met bijna drie hectare grond. We hebben keihard gewerkt om alles op te ruimen en klaar te maken tot de dag aanbrak dat de paarden konden verhuizen. We zijn met twee trailers Máttur en Æen en Beta en Bára.. Die galoppeerden vrolijk door de weide, alles inspecteren en vreten. Ik ben toen mee geweest om Slæpingi op te halen. Ze waren allemaal thuis! Heerlijk.

 

We hadden een prachtig bos waar we uren konden paardrijden, wat we ook zeker deden. Niet veel later kwamen er drie dagen na elkaar twee veulens op de wereld. Þorsteinn en Dansmær. Voor Beta was het een hele zware bevalling en het ging ook maar net goed. En Æra bleef maar rond lopen tijdens de bevalling, we zijn bij allebei de geboortes geweest. We hadden twee prachtige zwarte veulens. Þorsteinn is na zijn geboorte heel erg ziek geweest en heeft zelfs nog in de kliniek in Wolvega gestaan, maar alles is uiteindelijk goed gekomen. Ik was inmiddels weer beter, had weer energie en kon het leven weer aan. Toen Beta net bevallen was pakte ik het rijden met Bára op. Inmiddels kregen we geen les meer in Hemrik want we hadden hier alles wel, we zijn nog bij een IJslander manage in Drenthe wezen kijken voor les, maar dat vond ik maar niets. Ondanks de mega interessante waterpoel voor paarden. 

Beta frá Runni Fiume met Þorsteinn frá Samúelsbörnum
Beta frá Runni Fiume met Þorsteinn frá Samúelsbörnum
Æra Frá Fjós Heri met Dansmær frá Samúelsbörnum
Æra Frá Fjós Heri met Dansmær frá Samúelsbörnum

Ik heb heel erg genoten van Bára toen, ik wist helemaal niet dat ze zo leuk was. Ook bleef ik op Slæpingi rijden en op Beta toen het weer kon. Als ik op Beta reed nam ik vaak Þorsteinn mee aan de hand en mijn moeder Dansmær als ze op Æra reed. Op een gegeven moment vonden we dat ze ook best alleen bij de anderen konden blijven en gingen we op pad zonder de veulen. Een gebulk, niet normaal. Þorsteinn is ons ook wel eens achter na gegaan.

 

Op een gegeven moment zag mijn moeder een advertentie van een vos met zandkleurige manen, eczeem en heel zielig. We zijn gaan kijken en dan weet je het wel, die neem je mee. Dat hadden we nooit moeten doen, Bakkus was kopschuw. We konden hem niet pakken, hij had zwaar eczeem dus hij moest elke dag ingesmeerd worden. Dat was niet handig, maar hij was echt een leuke speel kameraad voor Slæpingi. Ze waren uren aan het stoeien. Bakkus was vlot met rijden, opzich een heel leuk dier, wel mega nerveus. Hij had een heerlijke tolt en had dezelfde vader als Æra en Máttur. Bakkus is uiteindelijk na 1 of 2 jaar verkocht, er was geen klik en we konden hem constant niet pakken. Hij is naar het eiland Terschelling gegaan en daar zijn we heel erg blij mee. Slæpingi heeft helaas nooit meer zo lekker gespeeld als toen.

Bakkus frá Hinriksstöðum
Bakkus frá Hinriksstöðum

Toen kwam het MBO de hoek omzetten, ik had weinig tijd en interesse nog voor de paarden. Als ik er zo naar terug kijk vind ik dat heel erg, vreselijk zelfs. Wat onwijs raar dat als puber je ineens weinig interesse dan nog voor je paarden kunt hebben. Ik voerde ze wel elke dag hoor, maar rijden deed ik niet of heel erg weinig. Mijn moeder heeft toen besloten dat Beta verkocht moest worden, het was een paard dat veel energie had en heel heersend is. Die moest gewoon bezig gehouden worden. Hoe erg ik het ook vond ik heb het toen niet tegen gehouden. Daar heb ik later heel erg veel spijt van gehad, maar ze heeft nu een leuke eigenaar en ook een veulen gehad. Die inmiddels al beleerd is. 

 

Toen het MBO voorbij was en ik weer meer zin kreeg ik paardrijden kreeg in een auto ongeluk en mocht toen niet meer paardrijden vanwege mijn letsel. Ik ben aan het revalideren gegaan, was een lang proces.


En het verhaal gaat verder in Appelscha..