IJSLAND

Nadat IJsland zo’n 20 miljoen jaar geleden geologisch is ontstaan is het eiland lang onbewoond gebleven. Op IJsland zijn Romeinse munten gevonden, daterend uit 300, waaruit af te leiden valt dat zeevaarders uit Engeland het eiland hebben bezocht. Engeland was toen een Romeinse kolonie. Ze hadden het in die tijd over Thule, het noordelijkste eiland van de wereld. Het is niet bewezen dat met dit noordelijkste eiland IJsland wordt bedoeld, maar Thule was de eerste naam van IJsland en werd in de middeleeuwen gedurende enige jaren gebruikt. Het is waarschijnlijker dat men Noorwegen bedoelde, omdat men spreekt over een welvarend land met honingbijen en veeteelt, wat toen absoluut niet op IJsland aanwezig was.

 

IJsland is ongeveer drie keer zo groot is als Nederland en ligt in het noordelijke deel van de Atlantische Oceaan, net ten zuiden van de poolcirkel. Het heeft een oppervlakte van 103.000 km² en is daarmee het op één na grootste eiland van Europa. IJsland is het meest westelijk gelegen land van Europa. 

Er wonen zo’n 340.000 mensen op IJsland, hiervan woont ruim de helft in de hoofdstad Reykjavík en om liggende steden. De rest van de bevolking woont verspreid over het land op de boerderijen en in dorpjes. Het binnenland is zo goed als onbewoond, het bestaat vooral uit lavavelden, bergen, rivieren, grind- en steenwoestijnen en gletsjers.

 

IJslanders spreken oud-Noors. Het is de oorspronkelijke taal die door de eerste eilandbewoners gesproken werd. Tegenwoordig spreken en verstaan de meeste IJslanders Engels.

 

Veel IJslanders werken in de visserij en de visverwerkende industrie, deze sector neemt daarom ook ca. 72% van de uitvoer voor zijn rekening. IJsland heeft geen fossiele brandstoffen zoals gas, olie of steenkool, deze moeten daarom ook ingevoerd worden. Dat geld ook voor allerlei machines, drank en tabak. En daarom verwachten ze veel van de ontwikkeling van geothermische energie en het gebruik van waterkracht. 

 

Er is ook landbouw op IJsland, deze bestaat vooral uit veehouderijen, tuinbouw en akkerbouw. Een klein deel van het land is geschikt voor akkerbouw. Dat komt omdat een groot deel van het land bestaat uit bergen, lavavelden, gletsjers en puinwoestijnen. De mensen telen er voornamelijk aardappelen, suikerbieten, rapen en kolen. Rond de hoofdstad vind je ook tuinbouw die bestaat uit het telen van bloemen, tomaten, druiven, komkommers en verschillende zuidvruchten. Deze kassen worden verwarmd met het warme water vanuit de bodem.

 

Ruim 22% van het landoppervlak wordt gebruikt voor de veeteelt en dan vooral de rundveehouderij en schapenteelt. De rundveehouderij zorgt voor de melkproductie en de schapenteelt voor het vlees en de wol. Zo kan het land in de eigen behoeften aan vlees- en melkproducten voorzien. 

Toerisme is tegenwoordig ook een grootte bron van inkomsten. Het land wordt jaarlijks door bijna 300.000 mensen bezocht, zij komen af op het ruige landschap met de indrukwekkende geisers, vulkanen en watervallen. In de winter kun je niet het binnenland in, maar kun je wel als bonus het noorderlicht ervaren.

 

Op IJsland zijn drie nationale parken: Snæfellsjökull, Þingvellir en Vatnajökull. Het zijn beschermde gebieden met unieke landschappen, dierenleven of plantengroei. Iedereen heeft toegang tot deze parken zolang de regels worden gerespecteerd.  Het is de bedoeling om deze unieke gebieden te bewaren en beschermen zodat ook de volgende generaties hiervan kunnen genieten. Zo is het bijvoorbeeld verboden is om wild te kamperen, je mag alleen overnachten op de campings. Wandel alleen op de gemarkeerde wandelpaden. En verkeer is alleen toegestaan op de officiële routes.