De vijf gangen


De stap
De stap

De stap is een gang met een zuivere viertakt. De vier benen worden in de stap afwisselend en afzonderlijk opgetild en weer neergezet. De beenzetting in stap is bijvoorbeeld linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. De stapbeweging moet door het gehele lichaam van het paard vloeien. Tenminste twee hoeven zijn altijd op de grond. 

De draf
De draf

De draf is een diagonale gang en is sneller dan de stap, maar langzamer dan de galop. Tijdens de draf worden linksvoor en rechtsachter tegelijk opgetild en neergezet afwisselend met rechtsvoor en linksachter met een zweefmoment er tussen.

 

Tijdens de draf kan de ruiter of amazone lichtrijden of doorzitten. Lichtrijden is een manier van zitten waarbij de ruiter telkens even uit het zadel opveert, als het ware telkens even in zijn stijgbeugels gaat staan wat comfortabeler kan zijn voor ruiter en paard. Wanneer de ruiter of amazone tijdens de draf in het zadel blijft zitten spreken we van doorzitten.

De tölt
De tölt

De tölt is een viertakt-gang, die kan gezien worden als een versnelde stap, aangezien de voetvolgorde precies hetzelfde is, namelijk: Linksachter, linksvoor, rechtsachter, rechtsvoor. Het tempo van de tölt ligt alleen veel hoger dan die van de stap. De tölt kan gereden worden in verschillende tempo’s, van snelle stap tot een behoorlijk galop. Niet alle gangenpaarden kunnen de tölt even snel, het verschilt per ras en paard. De tölt is een gang zonder zweefmoment. Het paard heeft altijd minstens 1 been aan de grond.

 

In de tölt draagt het paard zijn hoofd hoog en heeft een trotse houding. Niet alle paarden lopen uit zichzelf in een goede tölt. Sommige paarden hebben een laterale tölt en anderen een draftölt. De tölt kan worden beïnvloed door ijzers, bijvoorbeeld zwaardere ijzers aan de voorbenen dan achter. 

 

De tölt is een speciale gang, die niet ieder paard beheerst. Aanleg hiervoor is aangeboren.

Galop
Galop

Galop is een drietelgang, je kunt namelijk een, twee, drie, pauze tellen. Ka-Ta-Plof. Galop is asymmetrisch je hebt de linkergalop, rechtergalop.

 

In de rechtergalop zet het paard eerst linksachter neer, vervolgens rechtsachter en linksvoor tegelijk en eindigt met rechtsvoor neerzetten, terwijl ondertussen linksachter de bodem alweer verlaten heeft. Vervolgens tilt het paard ook de diagonaal 'rechtsachter linksvoor' op en heeft alleen rechtsvoor nog contact met de bodem. Daarna volgt het 'zweefmoment', alle hoeven hebben de bodem verlaten.

 

In de linkergalop begint het paard met rechtsachter, vervolgens linksachter en rechtsvoor en eindigt met linksvoor. In welke galop zit, is te herkennen aan het voorbeen dat het meest naar voren gaat.

Telgang
Telgang

In de telgang beweegt de IJslander de twee benen aan één kant tegelijk. Dus eerst gaan het linker achter- en voorbeen tegelijk naar voren, dan het rechter achter- en voorbeen. Daartussen is een zweefmoment: alle vier de benen zijn even los van de grond. In deze gang kan de IJslander erg hard gaan. Je ziet ook vaak IJslanders in een langzame telgang lopen. Uit de benaming schweinepass blijkt al wel dat deze vorm van ‘telgang’ niet gewaardeerd wordt. Niet alle IJslanders kunnen telgangen. Paarden met alleen tölt worden viergangers genoemd, als ze ook aanleg hebben voor telgang heet dat een vijfganger.